Herinneringen #18

Vakanties.

Toen onze zonen nog kleutertjes waren, gingen wij in de zomervakantie altijd naar de Belgische kust. Voor Jos was dat al traditie van toen zij nog kind was en met haar ouders en broer Fred naar zee ging, omdat haar vader, tijdens de zomermaanden in Blankenberge, als muzikant in een dancing speelde. Later, toen haar broer al getrouwd was en vader van drie zonen, hadden haar ouders een tent aangeschaft en kampeerden zij met de kleinzonen op een terrein in Klemskerke.

Ook wij konden van die tent gebruik maken en gedurende verschillende jaren is “kamping Rita” onze vaste bestemming. Die vakanties aan zee met de jongetjes, staan in mijn herinnering gegrift.

Zij behoren tot de mooiste momenten in mijn leven. Met de zonen forten bouwen op het strand, in de baren springen, schelpen zoeken, pétanque spelen, mijn prachtige vrouw bewonderen in haar bikini, het is een zalige tijd. Naast de kamping is een frituur en één keer in onze veertiendaagse vakantie, gaan wij daar eten, omdat wij ons niet meer kunnen veroorloven. Toch is dat voor ons een feestmaal waar geen vijfsterren-restaurant tegenop kan.

 

Jos, Tom & Bart.

 

Wanneer kamping Rita ons op de duur wat begint te vervelen, besluiten wij om andere oorden op te zoeken, bij voorbeeld de Ardennen. De Michelin-kaarten worden boven gehaald en bestudeerd en er wordt besloten om aan de boorden van de Semois onze tent op te stellen. Wij laten ons oog vallen op Rochehaut, een dorpje dat aan een bocht in de rivier gelegen is en van waaruit men een prachtig vergezicht heeft over het landschap en de slingerende Semois. Fred heeft van zijn schoonvader, die een taxi-bedrijf heeft, een oude Mercedes gekregen en die brengt ons naar onze bestemming. Van Rochehaut, dat boven op de helling gelegen is, moeten wij met onze bagage langs een pad naar beneden, waar een kamping is in het gehucht Frahan, vlak bij het water. Daar wordt onze tent op een zompige weide opgesteld, maar na een paar koude, vochtige nachten,

besluiten wij op hetzelfde terrein, een houten chalet te huren. Dit is de zee niet. Hier zijn andere avonturen te beleven. Overal zijn tabaksplantages en we wanen ons ergens in Zuid Amerika. Hier kan men indiaantje spelen naar hartelust en omdat Tom en Bart een opblaasbare kano bijhebben, wordt de Semois omgedoopt tot “Amazone”. Zwemmen in die Amazone is niet als in de zee. Hier moet men op de tanden bijten, want het water is ijskoud, maar daar hebben onze twee stoere kereltjes geen schrik van. Er worden ook leuke wandelingen gemaakt naar andere dorpen en wanneer wij in “Poupehan” een bakker ontdekken waar heerlijke abrikozentaartjes verkocht worden, is dat een geliefkoosde bestemming. Tijdens het weekend komt Fred met de ganse familie op bezoek en dan is het echt feest. Zijn zonen, die verschillende jaren ouder zijn dan de onze, hebben hun door mij ooit in mekaar geknutselde geweren bij en zo ontstaat een echte indianenstam, die de buurt onveilig maakt. Men hoeft niet zo ver te reizen om zich in een andere wereld te wanen.

1974

Comomeer.

Het is begin 1974, Wij zitten met de ganse familie naar TV te kijken, wanneer er een programma over het ministerie voor cultuur begint. Het is de tijd van “Glasnost”, toen het bon ton was om transparantie te tonen in de gang van zaken bij het cultuurbeleid. Wat kan men de kunstenaar zoal aanbieden buiten werkbeurzen, informatie over prijzen in binnen- en buitenland, kunststages, project-subsidies en weet ik veel. Een van de vele mogelijkheden trekt onze bijzondere aandacht. Een medewerker van het ministerie vertelt dat er in Italië, op een eilandje in het Comomeer, huisjes staan die daar speciaal voor kunstenaars gebouwd zijn en waar men, mits een officiële aanvraag in te dienen, veertien dagen gratis kan verblijven met maximum vier personen. Reeds de volgende dag dien ik zo’n aanvraag in, want Italië staat hoog op ons verlang-lijstje van mogelijke reisdoelen en proberen

kost geen geld.. Met spanning wordt uitgekeken naar een mogelijk positief antwoord van het ministerie, maar als wij eind juni nog geen nieuws hebben gekregen, besluiten wij om kamping Rita in Klemskerke dan maar terug op te zoeken. Enkele dagen voor ons vertrek, wordt Jos ziek en moeten wij onze vakantie uitstellen. Tijdens Jos haar griepje worden wij verast met een schrijven van het ministerie, waarin ons wordt meegedeeld, dat wij de toelating krijgen, om de tweede helft van Juli naar het “Isola Comacina” te vertrekken. Stel je voor dat Jos Niet ziek was geworden! We zijn niet naar Klemskerke vertrokken en dat zorgt voor vreugdekreten. In allerijl worden er treintickets besteld, reiszakken gevuld en op een avond vertrekken wij vol spanning, met de nachttrein naar Italië.

’s Morgens, na de laatste tunnel, rijden wij het station van Como binnen en, mede door het prachtige weer, zijn wij onmiddelijk verkocht. Er dienen nog tickets gekocht voor de bus, want Sala Comacina is nog een half uur rijden langs de boorden van het meer en dat is een schouwspel, wat wij in onze stoutste dromen niet hadden kunnen voorstellen. Van achter elke bocht in de weg doemen panorama’s op die ons de adem benemen. Het ene dorpje is al mooier dan het andere en het geglinster van de zon op het water en de vele bootjes ontlokken vele Oh’s en Ah’s aan onze van verbazing geopende monden. Wij hebben ons Walhalla gevonden.Sala Comacina 1974_NEW

Bij de toelatingsbrief van het ministerie zit een gestencild papier met inlichtingen in verband met het reilen en zeilen op het eiland en er staat ook in dat wij bij aankomst in Sala Comacina, naar de heer Bordoli moeten vragen. Wij hadden ons al afgevraagd waar en aan wie wij naar de heer Bordoli moesten vragen, maar de bus stopt vlak voor een café waarvan het terras vol met mannen zit en die hebben al vlug begrepen dat wij de nieuwe lichting Belgen zijn voor het eiland.

Door een grote kerel wordt teken gedaan dat wij hem moeten volgen. Hij neemt de bagage van Jos over en duikt een steegje in, in de richting van het meer en wij er achteraan. Op een prachtig pleintje dat uitgeeft op het water, woont Mr. Fausto Bordoli en die brengt ons met

een roeibootje naar het eiland. Daar aangekomen gaat het langs een kronkelend pad omhoog, tussen het groen, tot wij bij een ijzeren poortje komen waarachter het terrein met de huisjes gelegen is.

Nadat Fausto ons met veel gebarentaal heeft uitgelegd waar de lakens voor de bedden liggen, hoe het gasfornuis werkt en waar de lichtschakelaar staat, besluit Jos om, na de vakantie, een avondcursus Italiaans te gaan volgen, want zelfs gebarentaal is in Italië anders dan bij ons. Dat wij volgend jaar willen terug keren staat buiten kijf.

In het tweede huisje logeert een familie uit Limburg met twee zonen en een dochter. De vader is beeldhouwer en behoort tot de Vlaamse surrealisten en is ooit nog bevriend geweest met André Breton, beweert hij. Remo Martini is zijn naam en is, volgens zijn zeggen, bevriend met Koningin Fabiola. De oudste van de zonen studeert aan de universiteit, dus zij zijn van een oudere generatie dan onze kinderen. Het tweede huisje, dat eigenlijk bestemd is voor de Waalse kunstenaars, kunnen zij gebruiken omdat Waalse vrienden kunstenaars een aanvraag indienden in hun plaats. Het is reeds voor de achtste keer dat zij op het eiland verblijven en voelen zich daardoor zo’n beetje de baas. Mr. Martini kent Spaans en trekt zich uit de slag met een taaltje dat in onze oren als Italiaans klinkt. Mw. Martini, die haar man schaamteloos imiteert en er in een koeterwaals op los kwettert, treedt voor ons als tolk op. Wij, naïevelingen, geloven dat,

maar krijgen er na een tijdje wel onze bedenkingen bij. Ze manipuleert ons in de richting die haar het beste uitkomt, maar al vlug hebben wij dat door. Het verhoogt vooral Jos haar wil om die cursus te gaan volgen, na de zomer. Volgens de instructies van het ministerie is er op het eiland ook een “restaurantje” waar men voor een lage prijs iets kan eten en je van de eigenaar een bootje kunt lenen om naar het vasteland te roeien.

Dat was misschien ooit zo geweest, maar het is uitgegroeid tot een groot “etablissement” met minstens vijf obers. Wanneer wij de eerste avond, scheel van de honger, plaats nemen op het grote terras, zijn wij de eerste klanten. In Italië eet men veel later dan in België. Nergens is

een menu-kaart te bespeuren en een zekere onrust heeft zich al een beetje van mij meester gemaakt. (bankkaarten bestonden toen nog niet) Wanneer na lange tijd de ober verschijnt, vraagt die niet wat wij willen eten, maar begint dadelijk met een uitgebreid voorgerecht op tafel te zetten, vergezeld van een reuzen stokbrood en een fles witte wijn, Soave uit de streek van Venetië. Het ziet er allemaal héél lekker uit en onze honger doet ons toehappen om alles tot de laatste kruimel op te eten. Wij vinden dat wel vreemd, zo ongevraagd dat allemaal opgediend te krijgen, waardoor mijn onrust alleen maar stijgt. Vijf minuten later komt de tweede gang en die liegt er niet om. Het is

zalm die vakkundig door de ober van zijn huid ontdaan wordt, met olijfolie en citroensap overgoten en dan met een grote pepermolen bestrooid. Ook dat wordt door ons vieren allemaal opgegeten, maar de angst om de rekening te vragen, stijgt met de minuut. Alsof dat nog niet genoeg is, wordt even later de derde gang gebracht. Heerlijk krokant gebakken kip met sla. De onrust is ondertussen tot lichte paniek uitgegroeid, maar de kip is zo lekker, dat ik ze met een zekere gelatenheid verorber, maar het zweet staat me in de schoenen.

Dan komt de apotheose. IJS, maar wat voor ijs! Met schijven sinaasappel, overgoten met een likeur van mandarijnen. Ook de zonen doen er zich tegoed aan. Om te eindigen, koffie met cognac.

Met lood in de schoenen ga ik naar de kassa om te betalen, maar de baas is er die avond niet en men vraagt mij om de volgende dag eens terug te komen, dan zal die wel iets regelen. Min of meer gerustgesteld, gaan wij met een overladen maag naar bed en keert de vakantiestemming weer voor een groot gedeelte terug. De eerste dag zit er op en de emoties houden ons nog een tijdje uit onze slaap.

De volgende dag haast ik mij naar het restaurant om de baas te spreken, want de onrust is nog niet geheel uit mijn geest geweken. De man is ontzettend vriendelijk en vraagt of ik materiaal om te schilderen heb meegebracht? Maak maar iets, een landschapje of zo, dan kunnen jullie elke dag komen eten, zei hij. Van onrust is er vanaf dan geen sprake meer.

In het dorp, op de piazza Matteotti, een prachtig pleintje aan het water met twee zeer oude platanen, is een bar gevestigd die voor de bewoners de echte ontmoetingsplaats van het dorp is en waar er de hele dag een gezellige drukte heerst. Rosa, de waardin, is een vriendelijke dame, die ogenblikkelijk vraagt of ik niets te koop heb en van zodra ik wat bij elkaar geschilderd heb, koopt zij

twee gouaches. Onze vakantie kan niet meer stuk.

Terug thuis, laat Jos zich inschrijven in een avondschool voor talen en, als zij van de les komt, geeft zij die door aan mij en ik maak mee huiswerk dat Jos daarna verbetert. Zo pik ik een graantje mee van de lessen zonder in een schoolbank te moeten plaats nemen.

Pas vier jaar later kijgen wij terug de toelating om naar Sala te vertrekken en wanneer wij uit de bus stappen voor het terras van vier jaar geleden en naar Fausto informeren, zegt men ons dat die het jaar daarvoor overleden is, wat een domper op onze vreugde zet.

Wie lopen wij op de piazza Matteotti op het lijf? De familie Martini. Het is nu de broer van Fausto, Pep genaamd, die ons naar het eiland roeit en waar wij een toestand aantreffen waarvan onze mond openvalt. De martini’s hebben nu van het hele eiland bezit genomen. De twee huisjes zijn bezet door zonen, dochter, echtgenotes van de zonen, vrienden en kennissen en met een joviaal gebaar ruimen ze de boel wel even op. Wanneer wij de volgende morgen ontwaken, schijnt de zon riant op al dat moois en we beginnen terug de juiste toon te vinden. We herontdekken een voor een onze vertrouwde plekjes. Het boompje voor de deur is wat voller geworden, de laurierstruiken wat lager en een oude olijfboom, in wiens schaduw wij volgens Jos vroeger zaten, is nog slechts een oude gestutte stronk. Wij eten natuurlijk buiten, maar na een tijdje beginnen de Martini’s hun greep op ons vakantieleventje terug te verstevigen. Vooral moeder Martini is weer niet te stuiten. Zij geeft goede raad, is kwistig in ’t uitdelen van allerlei huisraad, maar heeft het wel klaargespeeld om ons in dàt huisje onder te brengen waar het gasfornuis stuk is en waar, als je

boven de w.c. doortrekt, de drollen beneden in de gootsteen ronddobberden. Zij hebben zich teruggetrokken in het tweede huis, waar het een chaos van jewelste is. Overal bedden, klapstoelen, waslijnen met handdoeken, tafels vol flessen en glazen, koffiepotten, asbakken en, overal verspreid, zonen, schoondochters, vrienden en kennissen in zwembroek of bikini, helemaal niet de indruk wekkend dat zij die dag moeten vertrekken. Rond drie uur, wisten zij, zal er een Italiaan zijn intrek nemen in het huis en wanneer die met vrouw en een poes in een mandje arriveren, is er in die gezellige janboel nog niets veranderd. Het beteuterde koppel wordt prompt uitgenodigd om samen een glas wijn te drinken als waren het oude bekenden die voor een dagje op bezoek komen. Tot overmaat van ramp begint de hond van de Martini’s aan het mandje van de poes te snuffelen en te krabben, waardoor het koppel in paniek schiet en de hond dan maar in ons huisje aan de ketting gelegd wordt. Rond halfacht ’s avonds beginnen de Martini’s eindelijk af te druipen, maar als je dacht dat ze naar huis keren, heb je het glad mis. Zij hebben van Pep gedaan gekregen dat zij nog enkele nachten in de oude locanda mogen blijven. Dat is een oud gebouwtje met muren waaraan je kan merken dat het ooit een Romaans kerkje is geweest. De Martini’s, die zich gedurende negen jaar dat zij met een lekkere blonde dochter en twee flinke zonen, zich behoorlijk in het jeugdleven van het dorp hebben ingeburgerd, hebben hun laatste pijlen nog niet verschoten. Zij hadden de avond daarvoor, een twaalfkoppig zangkoor uitgenodigd om geflambeerde pannenkoeken te komen eten. Dus wordt, om het Italiaans koppel niet nog meer voor het hoofd te stoten, het grasveldje voor ons huisje uitgekozen en, gelukkig voor ons, dagen maar twee van de twaalf zangers op, met een bak vol flessen spumante. Er wordt gestart met het bakken van de pannenkoeken. Later komen er nog drie vrouwen van het restaurant bij, wat ons aantal op vijftien brengt. Nu zou je verwachten dat voor zo’n groep, die pannenkoeken in minstens vier pannen op een stevig fornuis gingen gebakken worden, maar niets daarvan. Moeder Martini, die in het gewone leven sociaal assistente is

en in haar jeugd nog akela bij de scouts is geweest, speelt het klaar met één pan en op het gebrekkige gasvuurtje in ons naar drek stinkende keukentje. Wij lagen dus héél laat in ons bed en worden de dag nadien met hoofdpijn wakker, maar de zon schijnt weer met volle kracht en een frisse duik in het meer, helpt ons er vlug weer bovenop.

De volgende dag lijkt sterk op de vorige maar de Martini’s schijnen nog altijd niet van plan om de plaat te poetsen, doch rond zeven uur ’s avonds, een traan in de linker ooghoek, varen de laatste leden naar het vasteland en begint voor ons de echte rust. Elke morgen rond tien uur brengt Pep onze panini. Al van negen uur zitten wij met verlekkerde blikken de weg in ’t oog te houden, of we de lieve man nog niet van achter de bomen zien tevoorschijn komen. Pep heeft zich ontpopt als de waardige opvolger van Fausto. Het feit dat Jos al een aardig mondje Italiaans praat, zal daar wel aan geholpen hebben.

Wij beschikken daar over een privé strandje, waar Jos zich aan een topless zonnebad waagt, maar voorbijflitsende speedboten, roeibootjes en plezierboten vol geil kijkende Italianen, bederven de pret.

Foto0102_001

Een gedachte over “Herinneringen #18

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s